“De Mont Ventoux, Contre le Montre, mijn tijdrit.”

“De Mont Ventoux, Contre le Montre, mijn tijdrit.”

Paul One comment
Blog Nieuws

In 1989 ging ik voor het eerst naar boven, vanuit Malaucene, op een stalen Koga Myata Randonneur met spatborden en bagagedragers. We waren aan het rondtrekken in Zuid-Frankrijk en zagen de Mont Ventoux al van verre liggen, dan trekt het toch.
Ik wist alleen het trieste verhaal van Tom Simpson, maar verder was de kennis over de berg vrij klein. Over een noord- een zuid- en een lange kant (vanaf Sault) wist ik niets. Met wat tussenstops kwam ik toch in 2.30 uur boven en daalde af via Bedoin. Vandaar, via de Col de Madeleine, weer terug naar Malaucene.

In 2004 kwam ik terug, maar nu met een nette racefiets, om nog eens naar de 1912 meter te fietsen. De eerste klim toen was toeval. We waren vanuit Bedoin, door de Gorges de la Nesque, naar Sault gefietst. Vandaaruit wilden we, via Chalet Reynard, naar Bedoin terug. Maar eenmaal aangekomen bij Chalet Reynard konden we de verleiding niet weerstaan om door te fietsen naar de top. Geen spijt.
In de afdaling even gestopt bij het monument voor Tom Simpson.
Het was heet die dag, zelfs warm op de top. Op de tijd hadden we niet gelet.
De volgende dag wilde ik de klim vanuit Bedoin proberen, dan had ik de Mont Ventoux van zijn drie kanten beklommen.
Het bos moest verschrikkelijk zijn met hitte en de vliegen. Een uur lang ellende van het hoogste niveau volgens de verhalen. Dus nam ik me voor om vroeg starten.
Dat je die drie beklimmingen ook op één dag kon doen, ontdekte ik tijdens deze beklimming. Ik werd die dag ingehaald door een groepje Belgen die met zo’n recordpoging bezig waren. De beste van hun groepje is deze dag negen keer omhoog gefietst, in 24 uur van drie kanten, hoorde ik later, wat een held!
Zelf kwam ik die dag aan een tijd van 2.05 uur. Een mooie verbetering.

In mei 2012 gingen we weer naar Bedoin om in de omgeving te fietsen en te genieten van de Provence, met haar lekkere klimaat, haar mooie landschap en het heerlijke eten en drinken.
Op 11 mei ging ik, inmiddels Master 60+, weer omhoog vanuit Bedoin. Het was warm en ik draaide niet heel lekker. Nog niet genoeg in-gefietst denk ik.Het was rustig tijdens de klim. Ik werd niet veel ingehaald en er viel door mij ook weinig in te halen. In 2.04 uur was ik boven. Beter kon ik echt niet die dag.
Maar na een week lekker rond gefietst te hebben, met als mooiste rondes de “Tour de Suzette” en de “Route de la Peste”, en een rustdag vanwege de regen, wilde ik toch nog een keer omhoog fietsen. En ook graag mijn tijd verbeteren.
Na een lekker ontbijt, van pain Rustique met jam, een paar sneetjes ontbijtkoek en een pot thee, was ik er klaar voor.
Ik steek twee bidons water, twee rozijnenbroodjes, ‘n bril, m’n telefoon, een jasje en de beenstukken bij me en ga op weg. Maar eerst klokken bij de fontein. Er zijn al aardig wat fietsers op de route, waaronder 60 Belgen van één bedrijf . Op het eerste stuk, naar St Estève, is de wind gunstig en ik begin een minuutje eerder aan het bos dan een week daarvoor. Ik voel me goed en draai lekker. Ik haal regelmatig iemand van de Belgen in en dat voelt goed en af en toe haalt iemand mij in. Niet aanpikken is de boodschap dan, in mijn eigen tempo blijven. Ik heb nu drie kwartier gefietst het gaat goed. Ingehaald word ik meestal door lichte mannetjes met dunne beentjes. Er is een groot verschil in postuur van de fietsers die naar boven gaan. De schraalste gaan meestal het snelst omhoog. En hoe zwaarder de fietser is hoe langzamer het gaat. Ik haal ook fietsers in met te zware verzetten. Iedereen rijdt op zijn grootste kransje achter en zijn binnenblad, maar de verschillen hierin zijn erg groot. Wat op de Amerongseberg goed is, daar kun je hier niet veel mee. Ik rijd zelf met een trippel 30×28. Ik blijf lekker draaien en passeer Pavillon de Roland, een vluchtplaats voor slecht weer, dat lijkt op een bushokje. Bochten naar rechts neem ik zo links mogelijk en bochten naar links zo rechts mogelijk dat geeft wat ontspanning.
Na 10 km kom ik door een scherpe bocht, Virage du Bois, en krijg even zicht op de top, heel indrukwekkend!! Ik ga nog steeds goed en voel me sterk, een betere tijd moet lukken. Er staan veel supporters, van de groep Belgen en andere fietsers, met bidons, bananen en ander voedsel. Die denken zeker dat je je naar boven kunt eten en drinken. Maar zo is het niet! Je komt er vooral door trainen en het juiste verzet te steken en blijven geven. Dan komen de eerste huizen van het skidorp en Chalet Reynard, met de ruime bocht. Hier loopt het beter dus een tandje zwaarder en goed drinken. Ik krijg ook trek, maar eten kost tijd. En ik wil geen tijd verliezen, dan nog maar een slok.

De Halve Marathon van Terschelling liep ik op drie bekertjes water, dus doorgaan. Eten komt boven wel.
Ik ben nu de bocht om en fiets in het maanlandschap. Ik heb de toren constant in het zicht. De wind is gunstig, mee, het tempo ligt hoger dan in het bos, dat is goed.
Ik trap stevig door en m’n benen voelen nog steeds goed. Ik moet het halen.
Daar is het monument voor Tom Simpson, ik denk daar ook aan Fabio Casartelli en aan Wouter Weylandt.
Nog even. Ik krijg een kaartje van een fotograaf, merci, niet af laten leiden. Ik ben nu in de laatste kilometer en die is elf procent. Nu nog de bocht van Garate. Die neem ik ruim links, daar loopt het beter. Gaan staan en, nu met felle tegenwind, naar de streep.
Ik klok af, 1.59 uur. Het is gelukt. Binnen de 2 uur. Dat was het doel vandaag. Ik ben tevreden. En nu een windvrij plekje zoeken, wat er niet is, en een SMS-je naar mijn Elisabeth. Dan, jasje en beenstukken aan, wat eten en dan afdalen naar Malaucene. Daar vandaan over de Col de la Madeleine terug naar Bedoin.
Ik kon niet vermoeden dat ik in de afdaling pas echt moest afzien. Op de top was het erg koud en stond er veel wind, maar in de afdaling is de kou nog vele malen erger.
Het duurt heel lang voor ik onder de 1000 meter kom. Het blijft maar koud. Ik kan met m’n verstijfde handen de remmen nog net inknijpen, zodat ik niet sneller ga dan 40 km/u. Het wordt maar niet warmer. Het duurt tot in het dorp voor het behaaglijk wordt. En voor m’n handen en voeten duurt het nog langer.
Maar als ik terug ben heb ik een voldaan gevoel. Ik heb de top weer gehaald en ook nog eens de tijdrit tegen mijzelf gewonnen.
M’n Garmin geeft aan: 1.59.26, gemiddelde snelheid 10,7 km/u een winst van 1573 hoogtemeters en dit allemaal over een afstand van 21.26 km.

Paul Gies.

1 Comment

Ruud Verhoef

juni 8, 2012 at 9:58 pm

Vind het ongeoloflijk knap Paul!
Mooie prestatie en wat is het toch prachtig he, zo”n berg te bedwingen!